Bevallen van een tweeling, mijn bevallingsverhaal

Geschatte leestijd: 13 minuten

“Zie je op tegen de bevalling?” “Ze moeten zeker met een keizersnede komen?” of het luchtige “ze moeten er toch een keer uit”. Moeten bevallen van een tweeling maakt bij veel mensen wat los. Dat begrijp ik nu wel. Ik had zelf een zware bevalling, met langdurig gebroken vliezen, meer dan 24 uur weeën en daarna moest ik ook met spoed naar de OK en zag ik mijn tweeling pas uren na de bevalling.

Eerste keer in het ziekenhuis

Ik ben nog nooit in het ziekenhuis geweest. Ja, weleens op ziekenbezoek en vroeger toen ik klein was een enkele keer bij de oogarts. Maar ik heb nog nooit in het ziekenhuis hoeven verblijven. In de eerste maanden van mijn zwangerschap heb ik het ziekenhuis vaker van binnen gezien dan in de rest van mijn leven.

Als ik al ergens tegenop zie bij de bevalling, is het wel dat ik waarschijnlijk wel een nachtje – of meer – in het ziekenhuis zal moeten verblijven. Maar nadat ik halverwege de zwangerschap de behandeling voor het tweelingtransfusiesyndroom heb gehad, waarbij ik ook een nachtje in het ziekenhuis moest blijven, is die angst ook wel weg. Heb ik dat alvast een keer gehad.

Ik zie het wel

Mijn zwangerschapsverlof ga ik met alle rust in. “Ik zie het allemaal wel”, zeg ik tegen iedereen die er naar vraagt en dat meen ik ook. Het kan alle kanten op. De jongens liggen allebei met hun hoofdje omlaag, dus ik zou natuurlijk kunnen bevallen. Maar ik weet natuurlijk niet of dat zou blijft. Ook kan er tijdens de bevalling wat gebeuren, waardoor ik alsnog een keizersnede zou moeten ondergaan. Ik weet het niet, dus ik zie het wel.

Het is inmiddels hoog zomer, 40 graden buiten en ik ben meer bezig met die temperaturen dan met de bevalling. Ik eet ijsjes en leef praktisch op de bank, bij de ventilator. In mijn hoofd heb ik een helder lijstje van wat ik nog moet doen: op de babykamer staat nog een wasmand met kleertjes, hydrofieldoeken en beddengoed. En mijn weekendtas die als vluchttas dienst moet gaan doen, staat nog bij de vakantiespullen op zolder. Dat komt allemaal wel als het iets koeler wordt.

Of toch niet…

Ik ben net 33 weken zwanger. Het is twee uur ’s nachts en ik moet naar de wc. Niets geks, ik sta ’s nachts gemiddeld om de twee uur op omdat ik naar de wc moet of omdat ik geen prettige houding in bed kan vinden. Nu valt het me op dat ik wel erg veel gezweet heb. Alhoewel, is dat wel zweet? Ik doe een lamp aan en zie dat ik een roze vlek op mijn matras heb achtergelaten. O ja, ik had nog een matrasbeschermer erop willen leggen, voor het geval dat. Te laat. Ik ga er vanuit dat mijn vliezen zijn gebroken en ik maak mijn man wakker.

We bellen het ziekenhuis en zij geven aan dat we meteen mogen komen. We pakken snel een tas in – nog zoiets dat ik toch eerder had moeten doen – en gaan dan op weg naar het ziekenhuis. Onderweg voel ik af en toe golfjes vruchtwater stromen. Zo had ik niet verwacht dat het breken van je vliezen zou voelen! Is dit de voorbode dat ik ga bevallen van mijn tweeling? Ik voel alleen nog geen weeën.

Het wachten is begonnen

Een raketijsje in het ziekenhuis

In het ziekenhuis word ik naar een verloskamer gebracht en aan de CTG gelegd waarmee ze de hartslag van de baby’s kunnen monitoren en eventuele weeën. Ook testen ze het vruchtwater. Er wordt bevestigd wat ik al dacht: mijn vliezen zijn gebroken, maar ik heb nog geen weeën. Ik word opgenomen en naar een kamer gebracht. Vanwege de termijn zal ik geen weeënremmers krijgen. Wel krijg ik meteen longrijpers voor de jongens. Het wordt nu afwachten tot ik weeën zal krijgen. Dat kan in theorie een langere tijd op zich laten wachten. Tot die tijd zal ik in het ziekenhuis moeten blijven.

Met een temperatuur buiten van tegen de 40 graden en in het ziekenhuis zoveel raketijsjes als ik maar wil, vind ik dat niet zo heel erg. Ik mis mijn eigen bed en ik mis het vooral om niet naast mijn man te kunnen slapen, maar ik hoop vooral dat de jongens nog lang in mijn buik willen blijven.

De eerste weeën

Dat blijkt niet het geval. Na zo’n 48 uur opgenomen te zijn, word ik rond een uur of drie nachts wakker. Dit is niet zoals meestal omdat ik naar de wc moet, maar omdat ik een beetje kramp voel. Ik zou het omschrijven als menstruatieachtige krampen. Ik val terug in slaap, maar word steeds weer wakker.

Plotseling realiseer ik me dat ik de baby’s niet echt heb gevoeld in die tijd. Ik draai me naar mijn andere zij: normaal voel ik Baby J heel goed op mijn rechterzij en Baby L op mijn linkerzij. Nu werkt dit niet. Ik roep de verpleegkundige en wordt weer aan de CTG gelegd. Daarop is duidelijk te zien dat de jongens het nog prima hebben in mijn buik, maar ook dat de weeën zijn begonnen.

De CTG waarmee de hartslag van de baby's wordt gecontroleerd.
De CTG waarmee de hartslag van de baby’s wordt gecontroleerd.

Het zijn nog lichte weeën en wanneer de arts komt overleggen, merkt ze op dat ik er nog goed bij kan praten. Ze geeft aan dat ik kan proberen om nog wat te slapen. Vanwege de gebroken vliezen en de kans op infecties, is ze terughoudend om te controleren of ik ontsluiting heb. Afwachtend, half slapend, half wakker gaan de uren langzaam voorbij.

Ik heb ontsluiting!

Rond 7 uur ’s ochtends neemt de frequentie en hevigheid van de weeën wat toe en in overleg met de arts, gaat ze checken of ik ontsluiting heb. Dat blijkt het geval. Ik heb al 3 cm ontsluiting; de bevalling van mijn tweeling is nu echt begonnen! Ik word naar de verloskamer gebracht en mijn man komt ook weer naar het ziekenhuis toe. Wederom krijg ik een CTG, de tweeling maakt het goed. Eigenlijk wilde ik nog even gaan douchen, maar de weeën volgen zich net wat te snel op voor mij en liever blijf ik liggen.

Zo lig ik een paar uur op de verloskamer, maar het schiet verder niet op. De weeën blijven met dezelfde tussenpozen komen en nemen niet in heftigheid toe, waarop besloten wordt dat ik terug wordt gebracht naar mijn kamer. Mijn buurvrouw kijkt verrast op: ze had me niet terug verwacht.

Het wordt een zware dag. Ik probeer wat te slapen, maar dat lukt nauwelijks. Ik heb niet echt eetlust, maar probeer wel wat te eten. Hoe ik die dag ben doorgekomen, weet ik nu niet meer, ik laat het vooral maar allemaal over me heen komen. In de avond realiseer ik me opeens dat de weeën heftiger zijn geworden. De arts controleert het nog eens en komt tot de conclusie dat ik nu 5 cm ontsluiting heb.

Opnieuw naar de verloskamer en een ruggenprik

Voor de derde keer ga ik naar de verloskamer. Nu ga ik toch echt bevallen van mijn tweeling, hoop ik. Er wordt me uitgelegd dat ik een ruggenprik kan krijgen, maar ik heb tijdens de zwangerschap steeds gezegd dat ik dat liever niet wil en ik houd het even af. De weeën blijven echter in dezelfde intensiteit komen en als twee uur later blijkt dat ik maar 1 cm ontsluiting meer heb gekregen, kies ik toch voor de ruggenprik. lk kan op dat moment de weeën nog wel aan, maar ik heb echt geen idee hoe ik dat nog de hele nacht ga volhouden. Het is inmiddels al bijna 12 uur ’s nachts.

Monitoren na de ruggenprik bij de bevalling van mijn tweeling, om hartslag en weeën te meten.
Na de ruggenprik lig ik nu aan nog meer monitoren.

Achteraf gezien is die ruggenprik het beste besluit van de hele bevalling was. Ik heb al een aantal nachten slecht geslapen, ik heb al bijna 24 uur weeën en ik krijg weeënopwekkers omdat het niet opschiet. Dankzij die ruggenprik slaap ik nota bene zelfs nog een paar uurtjes die nacht! Ik voel de weeën nog wel een klein beetje gelukkig, daar ben ik blij mee, dat maakt het persen straks hopelijk wat makkelijker.

Ik mag persen!

Het is tegen de ochtend, als blijkt dat ik eindelijk volledige ontsluiting heb! Ik ben zo opgelucht. Ik mag een paar keer proberen te persen, maar ik heb nog geen echte persweeën, dus moet ik weer stoppen. De weeënopwekkers worden verder omhoog gezet. Dit herhaalt zich een paar keer. Zo’n 4 uur later begin ik wel persdrang te krijgen en mag ik dan eindelijk voor het echt gaan!

Bevallen van mijn tweeling, de eerste baby

Door de ruggenprik voel ik niet de scherpe pijn van de weeën, maar voel ik nog wel dat ze komen. Dat geeft me houvast. Maar na ongeveer een uur persen, besluit de arts in te grijpen. Hij legt uit dat je normaal wel wat langer zelf mag persen, maar omdat er straks ook nog een tweede moet komen en ik al uitgeput begin te raken, wordt besloten dat ze Baby L gaan helpen met de vacuümpomp. Met die hulp lukt het uiteindelijk! Na al die uren weeën krijg ik eindelijk mijn eerste zoon op mijn borst gelegd.

Ik kijk ademloos naar dat kleine inimini mannetje dat op mij ligt. Hij huilt niet meteen en het gaat wel even door me heen: “horen baby’tjes niet meteen te huilen?” Ik heb weinig tijd om daarbij stil te staan. Baby L wordt in de couveuse gelegd en ik moet verder voor de geboorte van mijn tweede zoon. Mijn man gaat bij Baby L kijken.

De tweede baby

Bij de volgende perswee komen de vliezen van Baby L en tegelijkertijd ook de navelstreng van Baby J. Dat is niet de bedoeling! De artsen sporen me nu echt aan om verder te gaan persen. “Ik kan niet meer, ik ben op,” zeg ik uitgeput en wanhopig. De artsen besluiten om ook Baby J te helpen met de vacuümpomp, want hij moet nu snel geboren worden. Mijn man is nu weer bij mij, terwijl de kinderarts met Baby L bezig is.

Van wat volgt, kan ik me zelf weinig meer herinneren, maar Baby J lijkt het steeds minder fijn te vinden in mijn buik en er is haast geboden. Omdat ik zo uitgeput ben en het me niet meer lukt, willen de artsen overgaan tot een spoedkeizersnede. “Nee,” heb ik gezegd, volgens mijn man. “Er komt nog een wee, ik moet het nog een keer proberen!” Ik herinner me die oerkracht waar je altijd over leest en met mijn laatste krachten lukt het me samen met de artsen om Baby J op de wereld te zetten.

Ik krijg Baby J even op mij gelegd, hij begint te huilen. “Dat is goed,” denk ik. Vervolgens wordt hij meegenomen naar de couveuse en mag Baby L weer even bij mij liggen, schoongemaakt en een mutsje op met “Baby 1” erop. Mijn man gaat mee met Baby J.

Naar de OK

De artsen zijn ondertussen nog druk bezig met mij. Ik heb volgens mij nauwelijks naweeën en mijn baarmoeder trekt ook niet goed samen, wat nodig is voor de nageboorte en voor het stoppen van de bloeding. Baby L wordt weer in de couveuse gelegd. Mijn buik wordt stevig gemasseerd en ik krijg via het infuus medicijnen die het bloeden moeten stoppen, maar het helpt niet.

“Mogen we je t-shirt doorknippen?” herinner ik me dat er wordt gevraagd. Die vraag zorgt ervoor dat ik een beetje terugkom in het moment en weer meekrijg wat er gebeurd. De artsen leggen uit dat ik naar de OK moet omdat het ze niet lukt het bloeden te stoppen. Ik word helemaal voorbereid en mijn slaapshirt wordt doorgeknipt, zodat ze het uit kunnen trekken. Mijn man is ondertussen terug de kamer in gekomen en schrikt van het vele bloed dat ik heb verloren.

Hij loopt mee met mij tot zover het mag. Ik druk hem op het hart dat het goed is. “Ga maar terug naar de baby’s, blijf bij ze,” zeg ik tegen hem. Ik begin ondertussen te rillen en op de OK begin ik ook bijna te klappertanden. Van de warme verloskamer, naar de koude OK. Ik word voorbereid op de operatie, zo word ik onder andere warm ingepakt en de artsen vertellen me dat ze bij deze operatie gaan kijken of de placenta volledig is losgekomen.

Raketijsjes op de verkoever

Ik word onder narcose gebracht en het volgende dat ik me herinner is dat ik wakker word op de verkoeverkamer. Het eerste wat ik vraag: “Hoe gaat het met mijn baby’s?” Dat weet de verpleegkundige op de verkoever niet. “Wil je mijn man laten weten dat het goed is met me?” is het tweede dat ik vraag.

Er wordt me gevraagd of ik wat wil drinken of een ijsje wil. Ik ben nog heel ver weg, maar ik merk dat ik dorst heb. Een ijsje gaat er wel in. Ondertussen krijg ik een bloedtransfusie, want ik heb ruim twee liter bloed verloren. Als mijn man bij mij komt, lig ik nog van mijn raketijsje te eten. Hij vertelt me dat het naar omstandigheden goed is met de baby’s. Ik ben zo opgelucht. Baby J ligt op de NICU omdat de eerste uren op de wereld hem niet zo makkelijk af gingen. Baby L, die niet direct huilde, ligt in de couveuse op de High Care.

Terwijl ik van mijn tweede raketijsje eet, belt mijn man met onze families, om ze op de hoogte te brengen van de geboorte van Baby L en Baby J. Wat een vreemde situatie om mensen te vertellen van eigenlijk heel vrolijk nieuws: op de verkoeverkamer, mijn man aan de telefoon, terwijl ik nog lig bij te komen uit de narcose, een bloedtransfusie krijg en op de automatische piloot mijn ijsjes eet.

Eindelijk mijn jongens zien!

Nadat ik van de verkoeverkamer naar een gewone kamer wordt gebracht, mag ik samen met mijn man naar de baby’s, maar ik ben zo uitgeput, ik kan het niet opbrengen. Mijn man gaat wel naar ze toe, ik val weer in slaap. Halverwege de avond, voel ik me iets uitgeruster en ik krijg opnieuw het aanbod om naar mijn kinderen te gaan. Mijn man en de verpleegkundige brengen me met mijn bed er naar toe, omdat ik nog plat moet blijven liggen.

Na de bevalling van mijn tweeling met Baby J op de NICU.
Met Baby J op de NICU.

Eerst naar de NICU, waar Baby J ligt sinds zijn geboorte aan het eind van die ochtend. Hij wordt uit de couveuse gehaald en op mijn borst neergelegd. Mijn zoon, zo klein, met allemaal slangetjes, draadjes en sensoren aan hem. Maar hij doet het goed, er wordt me verteld dat hij die avond naar de High Care gebracht zal worden!

Baby J mag een uurtje bij mij liggen, tot hij weer terug de couveuse in moet. Ik vind het afscheid moeilijk, maar het betekent ook dat ik nu naar de High Care kan, naar Baby L. Ook hij mag een uurtje bij mij liggen! De tijd vliegt voorbij, met zo’n kleine baby op je borst. Maar wat is het heerlijk. Ik ben zo moe, maar ik begin een klein beetje bij te komen nu ik eindelijk mijn mooie, lieve mannen in mijn armen heb gehad.

Na de bevalling van mijn tweeling met Baby L op de High Care.
Met Baby L op de High Care.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *